Art Basel Miami Beach 2008 en Lineart 2008
17/12/2008
We hebben het ondertussen al genoeg gehoord, gelezen, gezien en ervaren, we zitten in een economische crisis. De recessie – of komende recessie – speelt iedereen parten. Maar vindt die ook een weerslag in de kunstwereld? Op de laatste grote kunstbeurs van 2008 te Miami hield iedere galerist zijn hart vast en alhoewel het bij het openen van deuren er erg rustig was, deden galeries later op de dag gouden zaken. We hadden geen vliegtuigticketje van de goede Sint gekregen – laat staan een machine-readable passport om het Amerikaans territorium te betreden – dus over de kwaliteit van de tentoongestelde werken kunnen we ons niet uitlaten, maar met galeries als Steven Friedman en kunstenaars als Robert Frank, Doug Aitken en William Kentridge (om er slechts enekele willekeurig op te noemen) moeten bezoekers zich zeker bevredigd voelen.
Kunstbeurzen zijn valkuilen. Vaak wordt gekozen voor hippe en jonge artiesten waarvan het werk voor miljoenen over de toonbank gaan naar een of andere Russische miljardair die geen bal geïnteresseerd is in kunst maar enkel zijn maitresse wenst te imponeren. Maar het zijn tevens de plaatsen waar jonge - en oude artiesten in contact komen met musea, galeries en kunstminnende verzamelaars. Waar 'fans' en 'idolen' elkaar eens kunnen aanspreken. Waar nieuwe trends worden gecreëerd en oude in de prullenmand verdwijnen.
Over smaken en kleuren valt niet te discussiëren. Over 'kitsch' wel. Juist dit is de dooddoender van “dè internationale ‘fusion’ kunstbeurs van Vlaanderen”. Fusion is goed voor de keuken. De meest affreuse kleuren op een muur met wansmakelijke trolachtige bronzen is goed voor fusion in de wcpot. Een strengere selectie zou dergelijke 'fiasco's' kunnen vermijden, maar dat blijkt geen optie te zijn. De organisator van Lineart 2008 is weinig geïnteresseerd in hetgeen getoond wordt op haar beurs. Als die standjes maar verhuurd zijn en er voldoende bezoekers komen die 12 € te voorschijn halen! Naast het ontbreken van kwaliteit bleken meerdere copycats vertegenwoordigd. Meest frappant was het botweg nageschilderde werk van de Chinese artiest Zhang Xiaogang.
Jan Fabre's 'nen assebak' werd het campagnebeeld van Lineart 2008 aangezien hij “door zijn veelzijdigheid [...] de perfecte emanatie van de 'fusion'-idee die Lineart voorstaat” is. Langs de ene zijde wil Lineart dus de 'Grote Namen' op de beurs ( waar blijven die Beeldenstormers als je er om schreeuwt?) maar langs de andere zijde geeft het de ruimte aan nobele onbekenden die er maar weinig - laat staan niets - van bakken. Lineart geeft de indruk van een grote masturbatie orgie te zijn met een druiper als resultaat. In principe is er weinig mis met het aftasten van de grenzen tussen fotografie, design, beeldende en ethnische kunst maar dan afgewogen en met gevoel voor evenwicht. En vooral: met oog voor kwaliteit en niet kwantiteit.

